Leiderschap: Durven te falen als sleutel tot succes.

Een Amerikaanse studie in juli 2014 toonde een serieuze discrepantie tussen hoe leiders zichzelf inschatten en hoe hun ondergeschikten hen beoordelen. 60% schat zichzelf in als erg competent, terwijl slechts 40% van de werknemers hun leidinggevende in staat ziet om te leiden. Deze kloof zou te wijten zijn aan het feit dat CEO’s hun managers vaak selecteren op basis van eerdere ervaringen en weinig extra opleidingen bieden. Dat terwijl een leider zo gevormd wordt, en niet geboren, zoals het spreekwoord wel eens zegt.

Celestine Chua - Personal Excellence

Celestine Chua – Personal Excellence

De Amerikaanse trainingsorganisatie Sandler training en onderzoeksfirma Ipsos Public Affairs kwamen in juli 2014 naar buiten met een onthutsende vaststelling. Meer dan de helft van de Amerikaanse werknemers geven hun bazen slechts een gemiddelde score, een dikke tien percent zou hun baas zelfs doen buizen. Dit terwijl 60 percent van de managers zichzelf als een competente leider zien.

Een ontstellende kloof, een die waarschijnlijk te wijten is aan het gebrek aan bottom-up feedback. Toch is het belangrijk dat de leidinggevende zichzelf voldoende inzet voor zijn/haar ondergeschikten. Een manager die zijn/haar werknemers inspireert en betrokken laat voelen, zal hogere productiviteit opmerken. Werknemers die zich gewaardeerd voelen door hun baas en inspraak krijgen, zijn meer geëngageerd en komen gemotiveerd naar het werk.

Daarbij is het belangrijk een aanpak te adopteren op maat; eentje die elke werknemer waardeert omdat die op zijn lijf geschreven is, niet “one size fits all”. Je kan je communicatiestijl testen op de VOV Facebookpagina, waar je ontdekt in welke situaties je op welke manier moet omgaan met je collega’s.

Dat leidinggevenden gevoelig zijn voor de noden van hun ondergeschikten is erg belangrijk en toch wordt dit vaak genegeerd als skill door de Chief Officers. Leiders worden namelijk niet geboren maar gevormd. Oog hebben voor de betrokkenheid van werknemers kan veel problemen op de werkvloer vermijden en preventie van onbetrokkenheid, stress en andere werkgerelateerde problemen is veel kostefficiënter dan een curatief beleid.

Maar hoe installeer je een cultuur voor openheid, feedback en bezorgdheid voor elkaar? De Chief Officers zullen alvast hun steentje moeten bijdragen door het juiste gedrag te modelleren. Het meeste verwachten van hun medewerkers en hen daarin empoweren werkt inspirerend en zal mensen aanzetten om hun best te doen, om niet teleur te stellen. Een cultuur waarin fouten niet worden afgestraft maar als leermoment worden bekeken, waar successen worden gevierd en best practices uit worden gehaald. Een open sfeer die aanzet tot het delen van bezorgdheden, waar eerlijk gecommuniceerd wordt. Werknemers die geen slaven van de organisatie zijn maar net mede verantwoordelijk voor het bestaan van het bedrijf, hen betekenisvol werk geven.
Mensenkennis en spontaniteit zijn dan misschien wel belangrijke vaardigheden die leiders moeten hebben, het is geen schande om bij te willen leren. Ook zo toon je voorbeeldgedrag aan je volgers en een levenslang lerencultuur op de werkvloer loont in the long run!

Bronnen via, via en via.

Wat denk jij? Is falen echt de sleutel tot succes? Hebben we in onze samenleving nog ruimte om te falen?

Diploma’s overboord!

Business News Daily berichtte in juli 2014 dat competenties steeds meer belang winnen ten koste van diploma’s op de werkvloer, dit volgens een studie van de loopbaanreviews website Glassdoor.

commons.wikimedia.org

commons.wikimedia.org

Glassdoor is een Amerikaanse website waar werknemers anoniem een ‘recensie’ kunnen schrijven over hun werkplaats. Ze beoordelen hun werkgever op onder andere de verloning, extralegale voordelen, maar ook ontwikkelkansen. De ideale bron, dus, om eens te kijken hoe werknemers kijken naar het trainingsbeleid op de werkvloer. Het gaat hier dus niet om het werkelijke aanbod, maar om de percepties van de werknemers.

Wat is er uiteindelijk het belangrijkste? Je diploma of de competenties die je over je loopbaan heen bent blijven ontwikkelen? Glassdoor deed hier rondvraag over bij 2059 van zijn Amerikaanse leden en kwam tot de vaststelling dat specifieke vaardigheden hoger worden gewaardeerd dan je kwalificaties.

Meer dan de helft gaf zelfs aan dat een universiteitsdiploma niet meer noodzakelijk is om een goed betaalde job te pakken te krijgen. Dit wil niet zeggen dat onderwijs niet meer belangrijk is. Het wordt op een andere manier ingevuld: ontwikkeling op de job zelf wordt gezien als een manier om de organisatie vooruit te helpen. Onderwijs kan dan een meta-niveau innemen: op welke manier staat de organisatie in het veld, hoe verandert de omgeving en wat kan de organisatie doen om hier op in te spelen? Maar de ontwikkeling wordt ook specifiek gezien: welke vaardigheden zijn nodig om het meeste uit je job te halen? Welke competenties zorgen voor extra productiviteit en efficiëntie?

Het oorspronkelijke artikel kan je hier lezen.
Wat vind jij? Hebben diploma’s aan belang ingeboet? Wat is volgens u een competentie? Heeft u het gevoel dat hier voldoende in wordt geïnvesteerd?

Leren op de werkvloer anno 2014: Resultaten Kluwer Learning Indicator

Kluwer Learning Indicator is een initiatief van Kluwer Opleidingen. In 2014 werd het onderzoek reeds voor de vijfde keer uitgevoerd, dit maal bij wel 3312 professionals binnen HR. Het onafhankelijk onderzoeksbureau iVox nam de bevraging af met als doel het professionele leren in België in kaart te brengen. 

De Belgische professional volgt gemiddeld 7 dagen opleiding per jaar.

kluwer7 dagen opleiding per jaar blijkt een stabiele statistiek te zijn: reeds sinds 2010 komt hier niet veel verandering in. Toch zijn er enkele opvallende trends naar voren te schuiven. Levenslang leren blijkt belangrijk voor meer mensen: het aantal professionals dat geen enkele opleiding volgt, is namelijk gedaald met 6 procent.

Verder is het vooral de jongere generatie die het meeste profiteert van opleidingen. Een bevinding  die niet meer verwondert, maar toch opmerkelijk is met het oog op initiatieven als CAO 104. Bedrijven zouden meer moeten inzetten op oudere werknemers dan vroeger om een hogere participatiegraad te verkrijgen en opleidingen zouden daar een rol in kunnen spelen!

Klassikaal aanleren blijkt nog steeds de leervorm die het meest wordt ingeschakeld. Een kritische noot hierbij is dat bedrijven moeten opletten met klassikaal leren ( eenrichtingsverkeer – 1 lesgever, 10-15 leerlingen – schoolbanken) en bewuster moeten omgaan met samen leren ( innovatief en creatief leerproces, tweerichtingsverkeer), dit om een leerattitude te koesteren en niet te kelderen.

ICT-kennis wordt belangrijker.

Beroepsspecifieke kennis en vaardigheden kregen in 2014 een zware opdoffer: een daling van maar liefst 19% in aantal respondenten die met deze soort opleiding te maken kregen.

Een belangrijke stijging daarentegen, is te merken in ICT-opleidingen.

Opleiding: belonen of beloning?

Professionals erkennen meer en meer hun eigen verantwoordelijkheid om inzetbaar te blijven. Toch blijft het initiatief van de manager doorslaggevend.

Het mogen volgen van een opleiding wordt door 66% gezien als een beloning voor het geleverde werk.

Verder zijn er nog een aantal opmerkelijke en schijnbare tegenstellingen:
– 61% van de HR-verantwoordelijken zien de medewerkers als verantwoordelijk voor hun eigen ontwikkeling, tegenover 44% van de medewerkers zelf.
– 10% van managers en HR-verantwoordelijken geeft aan opleidingen niet ter sprake te brengen, terwijl 24% van de medewerkers dit vinden!
– Vooral generatie Y en HR-verantwoordelijken zien opleiding als beloning, managers in mindere mate.

Meer lezen over de Kluwer Learning Indicator? Dat kan hier en hier. De whitepaper voor 2013 kan u hier gratis downloaden.

Zijn deze bevindingen een verrassing of een geruststelling? Hoeveel opleidingsdagen volgt u gemiddeld per jaar? En hoe ziet u persoonlijke ontwikkeling: als beloning of als nog te belonen?

Het onderwijsterras: een initiatief van Mysterie van Onderwijs en Klasse.

Klasse & het Mysterie van Onderwijs organiseren twee keer per jaar het Onderwijsterras.
Zo werd 2 oktober het Hendrik Conscienceplein in Antwerpen uitgeroepen tot Grootste lerarenkamer van Vlaanderen.

Het Mysterie van Onderwijs

Het Mysterie van Onderwijs

Met het oog op de Workout rond Onderwijs & Levenslang leren op 14 oktober ging VOV al eens een kijkje nemen: wat leeft er nu bij de leerkrachten? Hoe zit het onderwijsbeleid van de Stad in elkaar? Welke initiatieven worden gedaan ter bevordering van leren als attitude en minder als activiteit?

De beleidsmakers van de dienst Onderwijs, Cultuur, Jeugd en Sport trachten met verschillende projecten cultuur en onderwijs dichter bij elkaar te brengen.  Door recente besparingen hebben ze helaas enkele projecten zien doodbloeden, maar SamenLezen blijft echt succesvol. Dit initiatief ter leesbevordering tracht lezen uit de ‘moet-sfeer’ te halen. Scholen worden aangemoedigd om tijdens de pauze leeshoekjes in te richten. Het succes daarvan doet vermoeden dat lezen nog lang niet dood is,  vast een geruststelling voor vele ouders.

Daarnaast hebben ze een proactief, sensibiliserend beleid rond zittenblijven. Zittenblijven blijkt namelijk geen effect te hebben op kinderen, negatief noch positief.  Het project “Samen tot aan de meet” bracht reeds drie boekjes uit dat alternatieven wil bieden. Deze staan boordevol good practices, inspirerende voorstellen voor alternatieven,  en wetenschappelijke resultaten.

Verder werd verteld over een studiereis naar Zweden, een land dat qua migratie sterk op België lijkt maar het toch beter doet in onderwijs.  Een uitspraak die de ambtenaren zwaar tot nadenken stemde was de volgende:

“Indien een kind niet mee kan in de les, hebben de leerkracht en de school in hun opdracht gefaald.”

Twee dames die buitengewone kinderen in het gewone onderwijs begeleiden, schrokken danig van deze stelling. Kinderen met beperkingen krijgen nog steeds minder kansen in het gewone onderwijs en hoewel de dames vaak bedenkingen hebben met de aanpak van sommige leerkrachten, willen ze niemand met de vinger wijzen. Zij gaven vooral aan dat het systeem, waar hokjesdenken nog steeds in vervat zit, de wensen te over laat.  Het hokjesdenken waar ze overigens veel vragen bij hebben.  Toch vonden ze het talentenverhaal niet het antwoord hierop. Er zijn nog steeds mensen die in veel dingen goed zijn maar nergens in uitblinken.

Diploma’s raken dan misschien wel voorbijgestreefd, het talentenverhaal is daarom nog niet de oplossing.

Bij de VDAB waren ook negatieve klanken te bespeuren. Een volledig vastgeroest onderwijs zal niet veranderen. Het beleid heeft te weinig inspiratie en bovendien houden vakbonden en leerkrachten met ‘verworven rechten’ innovatie tegen. Startende leerkrachten hoppen van de ene job naar de andere omdat scholen geen vaste  benoemingen meer willen uitvoeren. Op deze manier worden zij volledig uitgeperst en de idealisten liggen er vaak na enkele jaren al uit. Een aantrekkelijk  retentiebeleid is nog niet voor morgen.

Of hoe vaste benoeming vernieuwing en zelfs werkzekerheid tegengaat.

Ook de Brede Leeromgeving werd vertegenwoordigd op het Onderwijsterras. Brede scholen zouden een alternatief kunnen bieden op de problematiek rond talenten,  diploma’s, kinderen met beperking en dergelijke. Scholen die na de uren ingericht worden als ontmoetingsplek voor verenigingen, die bovendien een meerwaarde bieden  aan het leerproces van leerlingen, kunnen misschien wel iets veranderen. Senioren en kids die samen zumba leren, turnverenigingen die een actieve naschoolse opvang biedt, …  Is dit de school van de toekomst?

Het Mysterie van Onderwijs (myvo) zelf was vooral bezorgd omtrent de specialiseerbeweging. Studenten specialiseren zich meer en meer, maar we mogen niet vergeten dat generalisten ook nodig zijn.  Zij houden namelijk het overzicht en zien verbanden in de breedte, waar specialisten enkel in de diepte kijken.  Toch vindt het myvo dat mensen ooit uitgeleerd kunnen zijn. Als specialist mag je op een gegeven moment erkennen dat je expert bent in een bepaalde materie.  Op het eerste zicht was myvo het ook oneens met de visie van VOV op werken, hoewel dit snel foutief bleek. Langer werken is volgens het myvo niet de oplossing.  Mensen mogen op hun zestigste, na 40 jaar harde labeur, stoppen met werken. Wel is het belangrijk dat ze inzetbaar blijven in bijvoorbeeld mantelzorg.  Op deze manier is het dus vooral: langer leven en anders werken.

En laat dat nu vooral de tagline van Levensloopbaan zijn! Het volledige verslag is beschikbaar voor onze leden op de kennisbank.
Van welke stellingen bent u het hardst verschoten? Denkt u dat je ooit uitgeleerd kan zijn? En wat is voor u langer leven, anders werken?

Hogescholen en universiteiten stellen hoger inschrijvingsgeld voor: een jaar studeren moet 1100 euro kosten

maths and science formula on whiteboardVlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits diende onlangs een voorstel in om het inschrijvingsgeld voor universiteiten en hogescholen te verhogen. Zo kan de Vlaamse regering 89 miljoen euro besparen waar de scholen normaal gezien de gebouwen, het onderwijs en het basisonderzoek mee financiert. Het minimumbedrag dat de scholen eisen zou rond de 1100 euro liggen, een groot verschil met de 619,9 euro die ouders nu moeten neertellen voor hun studerende kinderen.

De zorg die daarmee gepaard gaat, is dat dit een ontmoedigend effect kan hebben op jongeren om verder te gaan studeren. Er wordt ook gekeken naar de inschrijvingsgelden in Wallonië die met hun 880 euro hoger liggen dan bij ons nu, maar wel een pak lager dan de voorgestelde 1100 euro!

Wat denkt u? Zou een verhoging van inschrijvingsgeld gepaard gaan met een lagere instroom van studenten? En wat zouden de effecten daarvan kunnen zijn op langere termijn?

Lees het volledige artikel hier.

Jong geleerd is oud gedaan: Een case in Peer – Assisted Learning

Peer-assisted Learning, kortweg PAL, is tegenwoordig een hot topic in de alma mater van Leuven en zal misschien niet onbekend in de oren van de L&D-specialist klinken. Het heeft dan ook zijn wortels in co-creatie en is daarom onmisbaar in een “Levenslang Leren”-beurs!

Maar wat is het juist? PAL houdt in dat studenten zich verenigen en zelf hun leerproces stimuleren. Ze nemen de verantwoordelijkheid voor hun eigen resultaten op en gaan in de leer bij hun medestudenten. Informeel leren is key, en organiseren op regelmatige tijdstippen studiemomenten waarbij ze zelf de agenda vastleggen, problemen signaleren die ze ervoeren bij het studeren en elkaar helpen de leerstof te verwerken. Dit alles in een gemoedelijke sfeer, laagdrempelig, lerenderwijs.

co-creatieHoe uit zich dat concreet? In verschillende studentenverenigingen zien we PAL-coördinators opstaan die het proces vaak op een totaal andere manier invullen.

Bij de Psychologische Kring, Politika en Alfa, de archeologische kring bijvoorbeeld, worden vakspecifieke sessies ingericht, waar studenten zich voor moeten inschrijven. Eenmaal aangekomen gaat een mentor ( een oudere/meer ervaren student in dat vak) na waar de meeste studenten moeite mee hebben, welk deel van de leerstof ze nog niet begrijpen en dergelijke. Dan wordt er gekeken binnen de groep hoe ieder dat voor zich zou aanpakken; best practices worden uitgewisseld. Nadien wordt er kritisch nagedacht over elk probleem, zowel vormelijk ( Hoe los ik dat het beste op?) als inhoudelijk (Wat is nu het juiste antwoord?).

Bij het Vlaams Rechtsgenootschap, kortweg VRG, doen ze dat anders. PAL bij VRG bestaat erin dat studenten op het begin van het jaar in een vaste studiegroep inschrijven. Elke week voorzien wij de logistieke regeling, maar zij beslissen zelf of en wanneer ze samenkomen. Ze worden wel ‘begeleid’ door een oudere student die het leerproces faciliteert, maar zeker niet aanstuurt. Het leerproces ligt hier dus nog veel meer in handen van de studenten.

Ekonomika, de economen van Leuven, zien dat anders. Zij regelen een lokaal waar studenten in stilte hun oefeningen kunnen komen maken. Dit wordt gepland tijdens het spreekuur van de assistenten, zodat de studenten direct om uitleg kunnen vragen. Zij noemen het “PAL²”: peer assisted learning in het kwadraat.

Dat studenten al tijdens hun opleiding inzien dat ze niet enkel van de professor kunnen leren, maar ook van elkaar, is van cruciaal belang. Initiatieven als PAL responsabiliseren de student en geeft hem zelf een stukje van het leerproces. De vaardigheden die ze daar leren, zullen ze meedragen voor de rest van hun loopbaan en zorgen ervoor dat met informeel leren de toon wordt gezet.

 

Hoe heeft u uw studieperiode ervaren? Zijn studiegroepjes volgens u de nieuwe manier van leren? Denkt u dat Peer Assisted Learning ook een rol kan spelen in professioneel leren?

Professionals leren steeds vaker via social media

LinkedIn sterkste stijger bij Belgische professionals, slechts kwart gebruikt interne social media

Steeds meer professionals gebruiken social media voor hun professionele ontwikkeling en hun aantal zal de komende jaren alleen nog toenemen. Dat stelt Kluwer Opleidingen, dat voor het tweede jaar op rij onderzoek deed naar het gebruik van social media binnen organisaties.

SocialMediaUse

Kluwer Opleidingen onderzocht hoe professionals social media inzetten binnen hun werkomgeving. Aan het onderzoek, dat werd uitgevoerd door onderzoeksbureau iVOX, namen 6.211 professionals deel. De respondenten waren HR-verantwoordelijken, medewerkers (bedienden) en managers. 15% van hen heeft geen account op social media. 70% beschikt over een profiel op Facebook, 58% staat geregistreerd op LinkedIn. 27% heeft een Twitter-account, terwijl 21% een in-company social media-tool gebruikt, zoals Yammer.

LinkedIn grootste stijger

In vergelijking met 2012 is de populariteit van LinkedIn het sterkst gegroeid: 8% meer respondenten heeft er een account. Het aantal Facebook-gebruikers blijft stabiel, Twitter wordt door 2% meer respondenten gebruikt. Deze cijfers volgen de algemene groei van het social media-gebruik in België. Bekeken op leeftijd worden de clichés bevestigd: het gebruik van social media is het meest ingeburgerd bij de jongere generaties, hoewel Facebook en LinkedIn door de helft van de bevraagde 50-plussers worden gebruikt.

Invloed van social media op de professionele ontwikkeling

RapidBI-Cartoon-40Een op de tien medewerkers zegt social media te gebruiken om professioneel up-to-date te blijven. Gevraagd naar het nut van social media voor hun professionele ontwikkeling scoort LinkedIn het hoogst. Opvallende vaststelling: 68% vindt de in-company social media-tool niet nuttig.

Toch biedt slechts 7,5% van de organisaties social media vandaag als leervorm aan. Steeds meer HR-verantwoordelijken zien een groeiend belang van social media voor professionele ontwikkeling. “De resultaten van het onderzoek bevestigen de trends die wij waarnemen op de opleidingsmarkt. Er is steeds meer vraag naar opleidingen social media en we krijgen meer vragen over hoe social media als bijkomende leervorm ingezet kunnen worden voor, tijdens en na een opleiding”, zegt Miek Wouters, learning consultant bij Kluwer Opleidingen.

“Een positieve evolutie is dat het aantal HR-verantwoordelijken met een account op social media gestegen is tegenover vorig jaar. Toch heeft 35% nog steeds geen LinkedIn-account. Een gemiste kans, want vooral op HR-gebied biedt LinkedIn heel wat voordelen.”

Uit het onderzoek komt nog een aantal interessante verbanden naar boven. Zo beschouwen professionals die een account op social media hebben zichzelf eerder als succesvol op professioneel vlak en vinden ze dat ze hun professionele ontwikkeling zelf in handen hebben.

Lees het volledige artikel hier.

Levensloopbaan over de grenzen heen

Op onze Levensloopbaanwebsite kon u al lezen over hoe Scandinavië een hele levensloopbaancultuur heeft opgebouwd, in verschillende aspecten van het leven. Is het dan zo slecht hier in België? Hoe staan wij tegenover onze buurlanden? Hoe wordt er in de buurlanden gedacht over levenslang leren en wat doen ze nu al voor het onderwijs?

In België zijn kinderen verplicht te leren ( dus niet naar school te gaan) tussen zes en achttien jaar. Elk jaar gaan er wel stemmen op om de leerplicht te vervroegen, bijvoorbeeld vanaf vier jaar of tot zestien. Argumenten hiervoor zijn vaak dat kinderen uit lage kansengezinnen op deze manier geen achterstand in ontwikkeling hoeven op te lopen, of dat leerlingen die leermoe vanaf zestien zijn geen twee jaar meer op de schoolbanken hoeven te slijten, maar al een combinatie leren en werken kunnen overwegen.

Leerplicht tot 18 jaar is ongehoord in deze Europese contreien, al draait het Verenigd Koninkrijk stilaan wel bij. In Nederland, Frankrijk en Duitsland moeten kinderen maar tot zestien jaar naar school. Het Verenigd Koninkrijk trad hen lang bij in deze regeling maar recent proberen zij de NEET-stroom terug te dringen (No Education, Employment or Training) door de leeftijdsgrens te verhogen. In 2015 zullen kinderen die beginnen op zes jaar voor het eerst opkijken tegen een termijn van 12 jaar schoolgaan.

london

London

Het Verenigd Koninkrijk (VK) was dan ook een van de slechtste leerlingen in de klas. De Organisation for Economic Coordination and Development OECD publiceerde dan ook enkele jaren op rij een internationaal rapport waaruit bleek dat VK een van de hoogste schoolverlaters in Europa had. In 2012 hadden bijna één op vijf zestienjarigen de school vroegtijdig verlaten. Waar VK wel mee kan stoefen, is dat zij een erg lage tertiaire uitstroom hebben: studenten die aan een hogere opleiding beginnen, hebben meer kans deze af te maken dan elders in Europa.

Een mogelijke oorzaak van deze slechte cijfers in VK is dan de financiering van scholen vaak via lokale overheden gebeurt en dat ouders zelf de school kiezen. Zo krijgen kinderen uit arme buurten onderwijs van lagere kwaliteit, terwijl rijkere kinderen wel alle kansen krijgen. Dit werkt sociale segregatie in de hand, wat ook aan de leermotivatie vreet. Frankrijk heeft ook een lokale financiering van scholen, en ook zij zien dat een klimaat van weinig kansen in stand wordt gehouden over generaties heen. Nederland kent een nationale subsidiëring van zijn scholen, al vallen de particuliere scholen onder een andere regeling. Nederland toetst zijn leerlingen ook regelmatig om het niveau te bepalen (CITO)en het kind zo te laten doorstromen naar een studierichting op maat. Een beetje zoals bij ons in het ASO-TSO-BSO-systeem. Net als in België is een veelgehoorde kritiek dat als de algemene intelligentie niet wordt getest bij een kind, dat we dan een hele hoop potentie laten doorstromen naar “lagere richtingen”. Nederland deed al een stap in de goede richting door meer te gaan focussen op talenten en passies. België springt mee op die kar, wat u in het hervormingsdossier van de Vlaamse Overheid kan lezen.

Frankrijk, net als het VK, examineert de studenten op het einde van het secundair onderwijs middels het Baccalaureaat. Een gevreesde toets voor de Franse tieners want deze score bepaalt tot welke scholen ze toegang zullen krijgen.
De Grandes Ecoles in Frankrijk zijn dan ook echte prestigescholen, waarvoor vele studenten nog eerst een voorbereidingscursus van enkele jaren gaan volgen. Het prestige en de kwaliteit van deze vaak private scholen zijn dan ook vaak af te lezen van het prijskaartje. Het Franse hoger onderwijs is, zeker in de private scholen, erg duur. Een gelijkenis dus met het VK, waar hoger onderwijs ook erg duur is. Studenten moeten er vaak een lening aangaan om hun studies te kunnen betalen. Een groot risico als we kijken naar de werkloosheid bij jongeren. Een diploma op zak is helaas geen garantie op het vlot vinden van werk, wat vaak een ramp betekent voor pas afgestudeerden die nog tien jaar moeten afbetalen. Bovendien is het prijskaartje niet altijd een indicatie van goede kwaliteit in Engeland. De verschillen in kwalitatief hoger onderwijs zijn vaak groot.

Werkloosheid bij pas afgestudeerden is thans een groter probleem in België dan elders. Het Europese gemiddelde van vijftien- tot 24-jarige werklozen ligt op 23,4 percent. Bijna één op vier jongeren vinden dus geen werk! België en Frankrijk gaan een bank achteruit met respectievelijk 23,7 en 24,8%. VK doet het daarentegen beter met 20,5%. De topspelers zijn Duitsland en Nederland. Met gemiddeldes rond de 10% horen zij bij de beste van heel Europa. Dit is te verklaren doordat het in Duitsland en Nederland gebruikelijk is werk en studies te combineren.

Zich blijven ontwikkelen en vormen is dus ook voor de generatie die pas van de schoolbanken komt van belang om snel te kunnen inspelen op veranderingen in de arbeidsmarkt. Maar hoe kijken onze buurlanden eigenlijk naar levenslang leren?
Frankrijk doet alleszins zijn best. Met de Loi Formation Professionnelle; Emploi et Démocratie Sociale die ingang kreeg op vijftien maart 2014 willen de fransen snel kunnen inspelen op het veranderende klimaat. De overheid zal vanaf 1 januari 2015 bijhouden wie zich inzet voor zijn eigen ontwikkeling, zodat ook werklozen worden aangespoord om niet stil te blijven zitten. Bovendien wordt de wetgeving rond aanwerving versoepeld en willen ze een transparantere dienstverlening installeren. Op deze manier verkleint de administratieve rompslop waar vele werknemers en organisaties mee te maken krijgen. Verder wil Frankrijk ook investeren in stages.

Amsterdam

Amsterdam

Ook Nederland is bezig met levenslang leren. Het instituut Denktank Leren en Werken brengt regelmatig adviezen uit voor de overheid om de relatie tussen werkgever en werknemer te optimaliseren. In 2008, bijvoorbeeld, kwamen ze met het voorstel rond werkleercontracten, waarin wordt vastgelegd hoeveel uren opleiding de werkgever aan zijn werknemer is verschuldigd. Ook leercheques kwamen reeds aan bod, om een leerklimaat te promoten in verschillende organisaties. Toch werd in 2012 nog een rapport gepubliceerd in opdracht van de Nederlandse Onderwijsraad over hoe Levenslang Leren nog geen vanzelfsprekendheid is. Er worden steeds vele adviezen geformuleerd, maar actie wordt er niet ondernomen.
De Duitse overheid nam Levenslang Leren al sinds 2008 actief op in het beleid. Specifiek richten ze zich op laaggeschoolde personen en promoten ze participatie in formele opleidingen. Verder investeert Duitsland ook in technische en wetenschappelijke studiedomeinen om tertiaire schoolverlaters te verminderen en creëren ze nieuwe kansen voor schoolverlaters. Het AQUA-programma dient om langdurig werklozen weer aan het werk te zetten via gespecialiseerde kwalificaties. Levenslang leren is dus een pilaar in het Duitse onderwijssysteem.

Het Verenigd Koninkrijk kende tot 2011 de organisatie Lifelong Learning UK die instond voor de professionele ontwikkeling van alle werknemers in het onderwijs, bibliotheken, archieven en informatiediensten. Een andere speler in het veld die nog wel opereert is CPD: Continuing Professional Development. Deze certificatendienst promoot actief de ontwikkeling van cursussen, seminaries en andere leeractiviteiten. Meer op overheidsniveau is er dan nog UKCES; de commissie voor werkgelegenheid en vaardigheden. Deze dienst onderzoekt regelmatig de arbeidsmarkt, bevraagt werknemers over hun skills en volgt de percepties van werkgevers op. Zo willen ze een kapstop bieden voor alle discussies rond werkgelegenheid en professionele ontwikkeling.
Kortom, België is zeker geen slechte speler maar mag niet op zijn lauweren blijven rusten. Zeker in vergelijking met onze noorderburen Nederland en Duitsland, zijn we toe aan een inhaalbeweging.

Wat denkt u? Zijn we goed bezig in vergelijking met onze buurlanden? Hoe vermijden we de zwakke schakel te worden?

Geen diploma én toch succesvol

Het Radio 1-programma ” De bende van Annemie” zond onlangs een reeks uit waarin mensen aan het woord werden gelaten zonder diploma die het, ondanks de gangbare opvatting dat een diploma nodig is voor succes, hebben gemaakt in het leven.

Annemie Peeters - Radio 1

Annemie Peeters – Radio 1

 

Je kan de reeks hier beluisteren.

Contacteer ons